Filips III (14 april 1578 – 31 maart 1621) was van 1598 tot 1621 koning van Spanje, Napels, Sicilië en (als Filips II) van Portugal. Hij volgde zijn vader Filips II op na diens overlijden en regeerde over het Spaanse Rijk. Zijn bijnaam was “el piadazo” (de Vrome). In de dagelijkse praktijk liet Filips III het regeren over aan Francisco Gómez de Sandoval y Rojaz, de hertog van Lerma, omdat hij meer interesse had in dans, dichtkunst en jacht dan in politiek.

Vrijwel direct na zijn troonsbestijging brak Filips III met de gegroeide praktijk van Spaanse handel met de opstandelingen in de Noordelijke Nederlanden om de oorlog te betalen. Filips III liet alle in Spaanse en Portugese havens aanwezige Hollandse en Zeeuwse schepen met hun lading in beslag nemen en de bemanning gevangennemen. Deze politiek bracht minstens evenveel schade toe aan de Spaanse economie als aan die van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.

In 1606 namen Filips en de hertog van Lerma een vredesinitiatief in de richting van de opstandige Nederlanders. Ook de aartshertogen Albrecht en Isabella waren van mening dat in de Spaanse Nederlanden vrede van het Zuiden met het Noorden nodig was. (Filips II had kort voor zijn dood de Zuidelijke Nederlanden aan de halfzus van Filips III, aartshertogin Isabella van Spanje, cadeau gegeven.) Ze gaven Spinola de opdracht te onderhandelen over een bestand. Hij kreeg als voorwaarde mee dat de VOC ontbonden moest worden; van de oprichting van een West-Indische Compagnie kon geen sprake zijn. Voor Spanje zou dat een nog grotere bedreiging betekenen. Door behendig manoeuvreren van Johan van Oldenbarnevelt kwam het Twaalfjarig Bestand er in 1609 zonder dat de Republiek haar handel op Oost-Azië moest opgeven.

Zie ook: