Romeinse Cultuur en Christendom

Romeinse cultuur en het christendom
Ondanks de val van het West-Romeinse Rijk en de komst van de Germanen ging de cultuur van de Romeinen niet helemaal verloren. Veel van de Germaanse koningen namen verscheidene Romeinse gebruiken over van de lokale adel. Zo vormden zij hun bestuur naar Romeins voorbeeld en handhaafden zij ook op veel plaatsen het Romeinse recht. De katholieke kerk vormde eveneens een belangrijke erfgenaam van de Romeinse cultuur. Zo bleef het Latijn de voertaal van de religie en zorgden de monniken voor een voorzetting van de Romeinse geletterde traditie.

Na verloop van tijd kwamen ook de Germanen en de katholieke kerk dichter bij elkaar. Rond 500 was Clovis de eerste Germaanse koning die zich liet bekeren tot het christendom. Aangezien de christelijke monniken vrijwel de enige geletterden waren in de vroeg Middeleeuwse wereld, was steun van de katholieke kerk van groot belang voor het bestuur van de Germaanse rijken. In de 6e en 7e eeuw slaagden missionarissen er dan ook in om het grootste deel van de Germaanse koningen tot het christendom te bekeren.

Karel de Grote ging nog een stap verder en besloot al zijn onderdanen te verplichten zich te bekeren tot het christendom. Tevens hervormde hij het kerkelijke bestuur en probeerde hij alle lokale religieuze verschillen uit te bannen. Door het creëren van één uniform christendom hoopte Karel de eenheid en stabiliteit binnen zijn rijk te vergroten. Eind 800 schoot Karel met zijn legers Paus Leo III te hulp, die bedreigd werd door diens plaatselijke tegenstanders. In ruil hiervoor kroonde de Paus hem tot keizer van het West-Romeinse rijk, een titel die sinds 476 niet meer in gebruik was.