Ridder & Jonkvrouw

Ridder & Jonkvrouw

In de tijd van de Merovingen waren zogeheten krijgsheren aan de macht in het gebied tussen de Maas en de Peel. Zij plunderden en veroverden er op los. Het grootste bezit van deze krijgsheren was het bezit dat ze met zich mee konden nemen, gouden munten, kralen kettingen en andere sieraden. Hoe groter het leger hoe meer macht je als krijgsheer uitstraalde en hoe banger de mensen voor je waren. Ze gaven maar wat graag al hun bezittingen af in ruil voor hun leven.

Ter hoogte van de huidige Antoniuslaan woonden in die tijd verschillende mensen die in ruil voor goud diensten aanboden aan deze krijgsheren. Zo was er een smid die de wapens voor de ridders maakten, de wapens waren erg duur in die tijd. Vandaar dat vechten ook alleen voor de allerrijksten weggelegd was. Je kwam niet zomaar in het leger van een krijgsheer terecht, je groeide er als het ware in op. Zo ook ridder Ysoreit, hij was de zoon van een rijke krijgsheer uit het zuiden. Met zestien jaar was hij niet eens een van de jongste ridders, maar wel de grootste, sterkste, dapperste en niet onbelangrijk de knapste ridder die je maar bedenken kon.

Dat laatste vond ook jonkvrouw Isolde. Want als er niet gevochten werd was het tijd voor feest. Feesten vonden in die tijd meestal in de wintermaanden plaats, de oogst was binnen. De dagen waren kort en donker waardoor er eigenlijk weinig anders te doen was. Oorlogen werden even vergeten en er werd gefeest met de krijgsheren en hun families in de nabije omgeving.

En feesten konden de krijgsheren in die tijd. Eten en drank aan grote houten tafels, zoveel dat je wel tien keer je buik rond kon eten. Varkens aan het spit, groenten van het erf en verse kippenbouten. Tijdens een van die feesten had jonkvrouw Isolde haar oog laten vallen op Ridder Ysoreit.

Al snel spraken ze elkaar bijna dagelijks halverwege hun beide huizen bij de jonge eikenlaan nabij rivier de Maas. Urenlang konden ze samen doorbrengen en de winter leek ineens veel korter te duren. En hoewel ze het beiden wisten brachten ze het nooit ter sprake. Hun ouders waren van rivaliserende families… Het was dus ook wachten op de lente wanneer de strijd weer los zou barsten en ze tegenover elkaar kwamen te staan.