In een moerasgebied ten zuiden van Venlo werd in de tijd van de Romeinen hevig gevochten. Zo ook deze dag. De mannen van de Romeinse Keizer Caesar waren daar in een hinderlaag gelopen. De Eburonen, het volk dat al jarenlang vreedzaam in dit gebied woont had hen opgewacht in het moeras. De Romeinen konden geen kant meer op. Ze zaten als ratten in een val.

Marcus was die bewuste ochtend al vroeg wakker, gisteravond laat waren ze bij de andere manschappen aangekomen. Deze mannen vertelden over de eerdere strijd die gevoerd was tegen de Eburonen en die ze verloren hadden. Vele manschappen hadden in dit gebied hun leven al verloren. Maar toch gaf de keizer niet op. Hij moest en zou doorstoten naar het noorden. Nijmegen was het uiteindelijke doel en dat lag nog erg ver weg. Er waren enkele verkenners teruggekomen die vertelden dat de route veilig was en daar vertrouwde de keizer op. Hij gaf zijn manschappen vandaag de opdracht om door te steken naar het noorden. Uit het moeras op weg naar de stuifduinen richting Nijmegen.

Na het ontbijt gingen de manschappen op weg. Het was een druilerige dag en dat zou de tocht door het moeras niet makkelijker maken. De muggen dansten in het rond en ze moesten ze geregeld van hun hoofd afslaan. Erg prettig was dit niet. De tocht ging door een dal en hoewel de verkenners gezegd hadden dat het veilig was bekroop er mij Marcus een naar gevoel. Iets klopte er niet. Het was te stil in het dal, je hoorde zelfs geen vogeltjes fluiten en ook de kikkers waren stil. Vreemd…

Maar nog voordat Marcus het tegen zijn buurman kon zeggen hoorden ze ineens een kreet, zo hard dat de vogels allemaal ineens opvlogen en de herten voor hen wegsprinten. Nog voor ze het goed en wel doorhadden vlogen er pijlen op hen af. De Romeinse soldaten doken de bosjes in, maar voor velen was het al te laat. Ze vielen gewond op de grond, zo ook Marcus. Hij voelde een pijnscheut in zijn linkerschouder en kroop de bosjes in. Niet veel later stormden er mannen op hen af. Mannen met zwaarden en speren in hun hand. Ze schreeuwden iets onverstaanbaars en maaiden met de zwaarden om zich heen. De Romeinen waren kompleet verrast door deze aanval en begonnen te gillen. De Eburonen sneden hen de kelen door, terwijl Marcus verschrikt in de bosjes lag. Hij wilde zijn vrienden helpen maar kon niet. Hij had al teveel bloed verloren en het laatste wat hij hoorde was het gegil van de manschappen. Toen verloor hij het bewustzijn…

Minerva was die bewuste ochtend, net zoals elke andere ochtend het moeras ingelopen met de ganzen. Deze had ze even tevoren uit de veekraal gehaald. De ganzen moesten natuurlijk wel lekker vers eten krijgen en dat vond je alleen op de open plek in het moeras. Maar wat ze niet kon vermoeden gebeurde, ze zag de mannen uit het dorp verkleed in krijgstenue bij elkaar staan. Ze zagen eruit alsof ze zojuist gevochten hadden. Minerva vroeg zich af wat er aan de hand was. Tja, ze zou het vast later die dag wel horen bij het vuur, recentelijk hadden ze de Romeinen daar al eens verslagen. En ze wist dat deze Romeinen een veilige aftocht terug naar huis belooft was. De mannen van het dorp gingen ervandoor en Minerva vervolgde haar weg naar de open plek.

Inmiddels was ze met de ganzen aangekomen bij de open plek, de ganzen begonnen aan hun dagelijkse maaltijd en Minerva besloot te schuilen onder een dikke eik aan de rand van de open plek. Het begon namelijk steeds harder te regenen, donkere wolken pakten samen boven haar hoofd. Wat hoorde ze daar? Het leken wel gillende mensen. Wat moest ze doen? Moest ze gaan kijken of toch maar naar huis gaan. De ganzen hadden eigenlijk nog niet voldoende gegeten.

In de verte begon het te rommelen, donder en bliksem is wat het geluid verstomde. en dus jaagde ze de ganzen langs een ander pad het dal door op weg naar huis. Eenmaal aangekomen in het dal schrok ze van wat ze zag. Er lagen wel honderden dode romeinse soldaten op de grond. Overal lag bloed, het zag er gruwelijk uit. Ook de ganzen leken even stil te staan bij het gruwelijke schouwspel. Minerva moest ze roepen. Maar wat hoorde ze daar nou voor geluid uit de bosjes komen…

Nieuwsgierig ging ze kijken, achter de struiken lag een man op de grond. Ze liep er naartoe en knielde bij hem. Maakte hij nou dat geluid. De man greep haar hand vast en zei iets onverstaanbaars. Minerva keek in zijn blauwe ogen en zag dat de man bang was. Hij leek ook pijn te hebben en al snel zag ze dat de man gewond was aan zijn schouder. Minerva keek om zich heen en zag daar het blad van een grote plant staan. Daarmee kon ze vast de wond afdekken. En dat deed ze ook. Ze gaf de man wat water en hielp hem overeind.

De regen kwam nu toch echt met bakken uit de hemel, maar ze kon hem toch niet zomaar achterlaten? Ze moest hem helpen en met moeite kreeg ze de man overeind. Hij steunde op haar en samen liepen ze in de richting van de veekraal. Ze maakte de deur open en bracht de man naar binnen. Daar legde ze de man op een bedje van stro en ging vervolgens in de deuropening staan om de ganzen te roepen. Deze kwamen snel aangewaggeld en liepen achter haar aan naar binnen toe.

Wie was deze vrouw die hem geholpen had? Hij was blij dat hij niet meer in de stromende regen buiten lag en keek vol verbazing naar haar. Ze leek wel Eburoons, de vijand dus, maar toch hielp zij hem. Waarom zou iemand dat doen? Zag hij het nou goed? Keek ze naar hem? Oh jee, ze kwam naar hem toe… Wat moest hij nou? Hij kon niets en lag verstijfd op de grond. Ze keek hem aan en zei iets, maar hij wist niet wat. Hij verstond haar niet, maar ze haalde een appel uit haar tas te voorschijn en gaf het aan de man. Dankbaar pakte hij het aan en at het op. Hij was moe en viel in een diepe slaap.

Het moest al uren later zijn toen het eindelijk ophield met stormen en Minerva naar buiten keek. De schemering viel al in en Minerva moest maken dat ze thuiskwam. Haar buikje begon ook al te rommelen, maar wat moest ze met de man in de veekraal doen? Kon ze hem hier zomaar achterlaten? Ze keek naar de man en die was nog in een diepe slaap. Zou hij haar missen als ze nu naar huis ging? Vast niet… Voorzichtig maakte ze de deur open en ging ze naar huis.

De volgende ochtend was Minerva alweer vroeg opgestaan en had ze wat brood en fruit in haar tasje gedaan. Meer als andere dagen, maar dat merkte niemand. Ze rende zo snel als ze kon naar de veekraal, niet vanwege de ganzen. Maar vanwege de mysterieuze Romeinse soldaat. Het had haar de hele nacht wakker gehouden, wie was deze man? Zou hij aardig zijn? Hij had in ieder geval hele mooie blauwe ogen.

Bij de veekraal aangekomen zag ze dat de deur openstond. Ze liet haar tas vallen en rende naar binnen, maar de man was nergens te bekennen. Ook de ganzen zag ze niet. Wat was er gebeurt? Waar waren de ganzen gebleven? Ze raakte in paniek… Wat had ze gedaan? Ze draaide zich om en botste tegen de man aan. Hij zag er fris gewassen uit en de ganzen stonden bij hem. Marcus was naar de beek gegaan en had zich opgefrist. Wat zag hij er groot en sterk uit! Marcus keek naar beneden, Minerva was een stuk kleiner dan hem. Wat een lief ding, ze had zelfs eten voor hem meegebracht. Marcus klopte zich op zijn borst. Ik Marcus zei hij. Minerva begreep het meteen, zij deed hetzelfde. Vervolgens gingen ze buiten op de boomstam zitten en samen aten ze het brood en fruit op.

Ze keken elkaar voortdurend aan en Minerva voelde dat ze begon te blozen. Ze kende deze man niet, hij was de vijand, maar toch had ze gevoelens voor hem… Na het eten stond de man op en hij maakte zich klaar om te vertrekken. Hij had een paard gevonden dat van een van de andere Romeinse soldaten geweest was en wilde er vandoor gaan. Hij moest terug naar de andere mannen. Vertellen wat er gebeurt was en dat vele van zijn vrienden het niet overleefd hadden.

Wat moest ze doen? Bij deze man blijven kan niet. Maar hem laten gaan, dat wilde ze niet. Ze begon te snikken en liet zich op de grond vallen. Marcus liep naar Minerva toe, knielde en pakte haar vast. Hij streek de haren uit haar gezicht,keek haar in de ogen en veegde de tranen af. Hij gaf haar een kus en sprong op zijn paard en ging ervandoor…

Opdrachten

  1. Hoe loopt dit verhaal af? Kun jij dit opschrijven (mailen naar info@fortmuseumvenlo.nl mag ook)
  2. Ga verder naar de puzzel