Mensen die een Keltische taal spraken werden Kelten genoemd. Zij woonden hier voor onze jaartelling in de tijd die we ookwel prehistorie noemen. Dit was dus meer een verzamelnaam van verschillende volkeren dan dat het een volk was.

Heuvelforten

In heel Europa werden sinds het neolithicum al heuvelforten gebouwd, maar gedurende de IJzertijd namen ze toe in zowel omvang als aantal. Ze werden gebouwd op alleenstaande heuvels en hadden afhankelijk van de regio muren van hout of steen met daar omheen een greppel. Binnen de muren bevonden zich hutten, opslagplaatsen en andere gebouwen.

Oppida

Vooral in Gallia ontstonden grotere nederzettingen, niet alleen op heuvels, maar ook op lager gelegen plaatsen. Julius Caesar refereert hiernaar als oppida, maar soms ook als urbs (stad). Het Gallische woord is dunon dat we in een gelatiniseerde vorm terugvinden in plaatsnamen als Lugdunum en Camolodunum.

Brochs

Langs de kusten van Schotland bouwde men in de tijdsperiode van de Kelten ronde stenen torens genaamd brochs. Er zijn geen teksten uit die periode overgebleven met betrekking tot de brochs. Men weet daarom niet welk volk ze gebouwd heeft.

Crannógs

Langs de meren en in de moerassen van Schotland bouwde men kunstmatige eilanden die crannógs genoemd worden. Ze bestonden uit een houten platform op palen met daarop een hal of hut. Ze waren met een enkele brug met het land verbonden.

Huizen en hutten

Huizen waren er naargelang de streek en de periode van allerlei soort, van eenvoudige hutten, lemen hutten tot langhuizen in natuursteen. De steenhuttentechniek dateert uit de bronstijd. Deze waren deels in de grond gebouwd, bij voorkeur in een beschutte del ergens op een hoogte. De platte stenen werden kringsgewijs en later ook in rechthoekige vorm op elkaar gestapeld, waarbij de hogere rijen telkens iets meer naar binnen overhelden, zodat het geheel ten slotte kon worden gesloten. Daarbovenop werden graspollen geplaatst waarlangs regenwater over het geheel naar beneden kon lopen. Deze bouwtrant bood een goede isolatie in zomer en winter.

Viereckschanzen

Van Brittannië tot Bohemen zijn aangelegde plaatsen aangetroffen, waar in een groot vierkant een terrein door een aarden wal werd afgebakend, met daar omheen een sloot en binnenin enkele min of meer grote rechthoekige hutten. De functie van deze ‘Viereckenschanzen’ is niet bekend. Volgens militaire experts zouden ze totaal ongeschikt zijn als verdedigingskamp. Men neemt aan dat het afgebakend gebied mogelijk een heiligdom inhield, bestemd voor bijeenkomsten en vieringen.

Rituele schachten

Er zijn ook diepe ronde schachten gevonden op diverse plaatsen van ca. 1 meter doorsnee en 30 tot 40 m diep. Ze dateren uit de bronstijd. Meestal zijn deze met allerlei voorwerpen opgevuld die als wijgeschenk zouden kunnen hebben gediend, zoals houten beelden, maar ook dierenbotten, aardewerk, takken en zelfs balken. Vaak zijn ze gelegen binnen een viereckenschanz.