Jagers

Jagers vangen een mammoet

De jagers hadden geen vaste huizen, ze trokken van gebied naar gebied. Als er ergens voedsel was dan bleven ze daar wat langer, was het eten op dan trokken ze verder.

In de zomer leefden de jagers in tenten gemaakt van takken en dierenhuiden. In de winter als het koud was kropen ze in grotten.

De jagers maakten hun wapens van stenen en takken, later ijzer en brons. Ze hadden onder andere speren en hakbijlen waarmee ze op dieren jaagden. De jagers waren kleine groepjes van fitte mannen die dieren gingen vangen.

De vrouwen verzamelden eten zoals bessen en planten.